Thorn
Het stadje Thorn heeft zich ontwikkeld rond een in de 10de eeuw gesticht klooster. In de 13de eeuw werd dit omgevormd tot een wereldlijke stift voor adellijke jonkvrouwen, waarvan de abdis en tevens rijksvorstin aan het hoofd stond. Thorn had toen een eigen rechtspraak en muntslag De komst van de Fransen in 1794 betekende het einde van dit miniatuur vorstendom. Bewaard bleef de gotische abdijkerk met haar prachtige barokke interieur. Thorn wordt ook wel het witte stadje genoemd en dankt deze naam aan de ten dele uit de 17de en de 18de eeuw witgekalkte huizen. Tenslotte zijn de Maaskeienmozaïek in de bestrating en een devotiekapel daterend uit 1673 andere bezienswaardigheden.


naar boven ∧
ulysse nardin replica watches



Wessem
Wessem is van Frankische oorsprong en wordt als ‘Wishem’ voor het eerst vermeld in het testament uit 964/965 van aartsbisschop Bruno van Keulen. Door zijn gunstige ligging aan een bocht van de Maas was het stadje Wessem reeds in de middeleeuwen opgenomen in een keten van Maassteden die een dagvaart van elkaar af lagen. In de 12de eeuw ontving Wessem reeds stadsrechten, maar het duurde tot de 17de eeuw voordat er sprake was een relatief grote bloei door de scheepvaart en lokale handel. Intieme nostalgische straatjes, het marktplein waarvan de vormgeving van middeleeuwse oorsprong is, 16de, 18de en 19de eeuws monumentale woonhuizen en de herbouwde Middeleeuwse H. Medarduskerk zijn bezienswaardigheden.

naar boven ∧



Maasbracht
Maasbracht heeft altijd een bijzondere relatie met de scheepvaart gehad. Vondsten uit de prehistorie en de tijd van de Romeinen in Brachterbeek, het noordelijk deel van Maasbracht, geven aan dat hier al vroeg jagers en vissers hebben gewoond. In het begin van de vorige eeuw werd de haven vooral gebruikt om steenkolen over te slaan van trein naar schip. Hiervoor was een enorme hijsinstallatie nodig op de oever van de Maas: de Kolentip.

De betonnen fundering waarop de ‘Kolentip’ was gebouwd is nu nog steeds te zien. Er is nu een gelijknamig restaurant op gebouwd. Door de aanleg van het Julianakanaal (1925-1934) ontwikkelde Maasbracht zich tot de tweede grootste binnenhaven in Nederland. In de haven is een drielingsluis (drie sluizen naast elkaar) met het grootste verval van Nederland (11,85 meter).

Een wandeling langs de havenboulevard geeft een mooi overzicht van de haven en de huidige scheepvaart. Aan de havenboulevard zijn onder andere het Maas- en Scheepvaartmuseum en het gerenommeerde restaurant Da Vinci (één Michelinster) gevestigd. In de haven ligt verder de oude zeiltjalk ‘Nooit Volmaakt’, die te bezichtigen is. In het dorp zijn ook de Leonardusmolen en de uit mergelsteen opgetrokken veertiende-eeuwse toren van de St. Gertrudiskerk de moeite van het bekijken waard.

naar boven ∧



Stevensweert
Stevensweert is een oud vestingstadje met ongeveer 1700 inwoners. De plaats ligt op een eiland tussen twee Maasarmen: de Oude Maas en de Nieuwe Maas. Stevensweert heeft een rijke geschiedenis.
Vestingwerken
Vanwege de strategische ligging kozen de Spanjaarden in 1633 tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) het eiland Stevensweert uit voor het aanleggen van een sterke vesting. Er kwam een systeem van wallen, grachten en ravelijnen, dat heel meetkundig werd uitgezet. Bij de bouw van de vestingwerken werd rekening gehouden met de uitvinding van het buskruit. Gemetselde muren boden geen afdoende bescherming tegen de vuurkracht van de kanonnen. Brede dijken van aarde konden de kogels wel opvangen. Daarom werd Stevensweert omringd met een hoge aarden wal met daarin zeven uitspringende punten (bastions). Rondom deze wal werd een brede gracht uitgegraven met vijf verdedigingseilanden (ravelijnen). Aan de buitenzijde van deze gracht lag de buitenwal. Daaromheen werden in 1705 nog eens vijf extra bastions aangelegd.

In het begin van de achttiende eeuw werd de vesting aangevallen en veroverd door Staatse troepen van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Er kwam een Hollands garnizoen en de vestingwerken werden nog verder uitgebreid. De militairen vormden de kern van een protestantse gemeenschap met een eigen kerkgebouw, temidden van de katholieke bevolking. Eind achttiende eeuw werd Stevensweert bezet door het Franse leger. Na de nederlaag van Napoleon kwam Stevensweert in 1814 bij het Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 schaarde bijna heel Limburg zich aan de kant van de Belgische opstand maar negen jaar later werd Stevensweert weer toegewezen aan Nederland. De Maas vormt sindsdien de grens tussen Nederland en België.
Sloop
In 1858 maakte de bekende architect P.J.H. Cuypers het plan voor een nieuw raadhuis (nu Streekmuseum).
Vlak daarna werden de vestingwerken verkocht en vervolgens geleidelijk gesloopt. De wallen werden afgegraven en de grachten gedempt. Wat overbleef was het regelmatige stratenplan met daaromheen een laaggelegen terrein met hier en daar glooiingen van de voormalige verdedigingswerken.

naar boven ∧



Ohé en Laak
Ohé en Laak, een gemeenschap van ca. 900 inwoners, behoorde vroeger samen met de heerlijkheid Stevensweert tot de bezittingen van de graven Van den Bergh. Graaf Herman Frederik bouwde rond het midden van de 17de eeuw vlakbij de Maas het idyllisch gelegen kasteel Walburg. Helaas werd het imposante complex rond 1920 gesloopt.

Een tweede kasteel, het edelmanshuis Hasselholt met een jaartalsteen uit 1548, werd van een dreigende ondergang gered door een vakkundige restauratie rond het jaar 1970. Het bevat mooie gevels met kenmerken uit de gotiek en de Maaslandse renaissance.

Het in 1998 in gebruik genomen fiets-voetveer De Walborgh vormt de verbinding tussen Ohé en Laak en het aan de overzijde van de Maas gelegen Belgische Ophoven. Het veer is onderdeel van fietsroutes die Nederlands en Belgisch Limburg met elkaar verbinden.

Ohé en Laak vormt samen met Stevensweert het zogenaamde Eiland in de Maas. Vooral in Laak is de oorspronkelijke lintbebouwing nog goed herkenbaar. In het dorp liggen enkele mooie historische boerderijen, waaronder de 18de eeuwse Maasdalhoeve Huize Geno in Ohé en Het Witte Huis in Laak. Deze laatste boerderij werd in 1725 gebouwd in opdracht van de graaf van Walburg, evenals de vlakbij gelegen Hompesche molen uit 1722. Tussen de molen en het kasteel lag de St. Annakapel, oorspronkelijk uit de 17de eeuw maar in 1896 vervangen door het huidige kapelletje. Naast de kapel staat een in 1995 onthuld vliegtuigoorlogsmonument.

naar boven ∧



Heel
De kerktoren van Heel dateert uit de 12e eeuw en is deels gebouwd van maaskeien. Het kasteel van Heel is ook een historische bezienswaardigheid. Het bestaat uit een wit hoofdgebouw met een ingebouwde kamertoren uit de 17e eeuw en twee zijvleugels die stammen uit de 18e eeuw.

In Panheel is het de moeite waard om een bezoekje te brengen aan de oude sluis. Dit waterstaatkundig bouwwerk is in 1997 geheel hersteld.

naar boven ∧



Beegden
In een akte uit 1275, waarin de rechten van de Graaf van Loon op de Maasoever bij Asselt zijn vastgelegd, wordt voor het eerst gesproken van de Schepenen van Beegden. Dat wil dus zeggen dat Beegden toen al als zelfstandige gemeente bekend stond. Uit eerdere opgravingen valt af te leiden dat Beegden al eerder als een Romeinse nederzetting langs de Heerbaan tussen Tongeren en Nijmegen bekend was. Ondanks de lange historie (Beegden is als zelfstandige gemeente bijvoorbeeld net zo oud als Amsterdam) beschikt Beegden niet over burchten, kastelen of zelfs maar ruïnes.

Een van de oudste gebouwen is Huis Nederhoven, in de volksmond ’t Kesjtieël genoemd. Huis Nederhoven ligt aan de Nieuwstraat op de grens tussen de oud-gemeente Beegden en de oud-gemeente Heel. Volgens de muurankers is het huis in 1614 gebouwd als jachthuis. De bij het kasteeltje behorende paardenstallen, remise, schuren en boerderijwoning dateren van midden 18e eeuw. De eiken- en de lindebomen langs de 100 meter lange oprijlaan en ook de eiken en beuken in het aangrenzende bosje zijn meer dan 175 jaar oud.
Een ander opmerkelijk gebouw is Huis Beegden, een hoeve uit eind achttiende eeuw, ooit behorend bij een groot herenhuis dat al in de vijftiende eeuw vermeld staat. De boerderij Huis Beegden aan de Heerstraat vormt straks het middelpunt van een groot wooncomplex ‘Krijtenberg’.

Aan de rand van het dorp, gelegen tegen de Beegderheide ligt de St. Lindertmolen, een standaardmolen uit 1856. Na een grondige restauratie in 2000 is de molen weer voor bezoekers toegankelijk. Opvallend bij deze standaardmolen is het wachthuisje op het balkon van de molen.

naar boven ∧



Linne
Natuurliefhebbers kunnen hun hart ophalen in Linne; het is er heerlijk fietsen en wandelen. In de betrekkelijk ongeschonden uiterwaarden, de Linnerweerd, komen nog zeldzame planten en dieren voor zoals de kamsalamander – de grootste watersalamander van Nederland – en de rozerode dagkoekoeksbloem. De uiterwaarden worden doorsneden door een riviertje, de Vlootbeek, dat hier in de Maas uitmondt.

Twee monumentale landgoederen, kasteel ‘t Huys Heysterum en landgoed Ravenburg, weilanden met populieren en rijen beuken bepalen verder het landschap. Verder zijn de stuw en de waterkrachtcentrale en de vistrappen aan de oever van de Maas bezienswaardig. Linne is ook bekend om haar aspergevelden – het witte goud dat van april tot en met juni wordt geoogst en dat op talrijke plaatsen langs de weg te koop wordt aangeboden. De wat hogere ligging op een laag terras vrijwaart het dorp van overstromingen van de Maas. De eerste gegevens van Linne zijn bekend uit het jaar 943.

naar boven ∧